Stadt Kirche zur Heiligen Dreifaltigkeit in Delmenhorst

Führer 1957 - 1967 - 1987,
restauratie 2001, Orgelmakerij van der Putten







Hoofdwerk

Quintade
Principal
Rohrflöte
Oktave
Gedacktflöte
Superoktave
Quinte
Cornett vanaf fº
Mixtur
Trompete


Zwelwerk

Gedackt
Viola da Gamba
Voix Céleste
Rohrflöte
Principal
Terzian
Oktave
Zimbel
Basson-Hautbois
Regal
Tremulant


Rugwerk

Gedackt
Flûte travers
Principal
Nachthorn
Nasat
Flachflöte
Terz
Quinte
Scharff
Cromorne
Tremulant


Pedaal

Principal
Subbas
Oktavbaß
Gedacktbaß
Choralbaß
Nachthorn
Rauschpfeife
Posaune
Trompete
Trompete


Hulpregisters

Koppel
Koppel
Koppel
Koppel
Lampe
Motorschalter


16´





3'
3 fach
4-6 fach
8'









2 fach
1'
3 fach
8'
16'









2 2/3´

1 3/5'
1 1/3
4 fach
8'





16´
16´




4 fach
16'
8'
4'




I-II
III-II
III-P
II-P




Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
van der Putten 2001
van der Putten 2001
Führer 1957
Führer 1957




Führer 1957
van der Putten 2001
van der Putten 2001
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
van der Putten 2001
Führer 1957/van der Putten 2011





Führer 1957
van der Putten 2001
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957/van der Putten 2011
Führer 1957
Führer 1957/van der Putten 2011
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957





van der Putten 2001
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957
Führer 1957












In 1957 werd door de firma Führer te Wilhelmhafen dit orgel gemaakt. Aanvankelijk met veel zinken pijpwerk
voor de grootste registers. Dezen werden in 1967 vervangen door pijpen van orgelmetaal. In 1987 werd door
Führer het orgel met een register uitgebreid en in 2001 met 7 registers door de Orgelmakerij van der Putten.
Ook werd het aanzien van het instrument in 2001 veranderd doordat in de stijl van het bestaande werk
pedaaltorens aan beide zijden werden toegevoegd. Doordat de beschikbare hoogte beperkt was moesten
de vier grootste pijpen in hout worden vervaardigd zodat de grootste metalen frontpijp op E funktioneert.
De mechaniek werd aan de bestaande pedaalmechaniek gekoppeld.
Bij deze gelegenheid werden in de overige werken dispositiewijzigingen aangebracht. Bij het zwelwerk
werden twee strijkers Viola da Gamba en Voix Céleste geplaatst en een nieuw tongwerk Basson-Hautbois.
In het Hoofdwerk werd een Quinte in de bas en een Cornett III bijgemaakt en de daar aanwezige
Sesquialter II werd gescheiden en als sparate registers Nasat en Terz overgezet naar het Rugwerk.
Hier werd ook een nieuw houten register Flûte travers geplaatst dat in het groot oktaaf gebruik maakt
van een al aanwezig register.

In 2011 werd bij een schoonmaakbeurt weer iets in het orgel aangepast aan de wensen van de organist.
De Regal in het Zwelwerk werd in plaats van 8 voet naar 16 voet veranderd door in stijl bijmaken van het groot
oktaaf en de andere bestaande pijpen een oktaaf naar boven op te schuiven. Ook werd in het Rugwerk
de Nasat en Terz van een doorlopend groot oktaaf voorzien omdat dit register in het Hoofdwerk repeteerde op cº.