Hochschule für Künste Bremen, D

Orgelmakerij Reil, 1977


Huisorgel Klaas Bolt


Stond opgesteld in de Hervormde Kerk te Overveen en werd door de Hochschule für Künste verworven.

Dispositie:

Onderklavier I

Holpijp
Praestant
Octaaf
Fluit
Octaaf



8'
8'
4'
4'
2'



Bas/Disc.
Disc.
Disc.
Bas (transmissie)


Bovenklavier II

Gedekt
Spitsfluit
Fluit
Spitsfluit
Cornet
Vox Humana


8'
4'
4'
2'
II
8'


Bas/Disc.
Disc.
Bas (transmissie)
Bas/Disc.
Disc.
Bas/Disc.
Pedaal

Schalmei
Gedekt
Kinderbas





4'
8'
2'




Manuaalkoppel als schuifkoppel
Pedaalkoppel-I
Pedaalkoppel-II
Tremulant

Snij en beeldhouwwerk: Michaël Moser (Oostenrijk)
Stemming: Werckmeister III




Over Klaas Bolt

Klaas Bolt werd in 1927 in Appingedam geboren en stierf in 1990. Zijn eerste orgellessen ontving
hij op het befaamde Arp Schnitger-orgel in de Der Aa-kerk te Groningen van Johan van Meurs,
daarna op het Martiniorgel van Cor Batenburg. Hij was organist van het Van Oeckelen-orgel in Noordlaren.
Na voltooiing van zijn vakstudie werd hij in 1952 door het stadsbestuur van Haarlem benoemd
tot organist van het Christiaan Müller-orgel in de Grote of St. Bavokerk, speciaal belast met
de muzikale verzorging van de diensten der Hervormde Gemeente. In 1956 en 1957 werd hij winnaar
van het Internationale Improvisatieconcours in Haarlem.
Klaas Bolt was o.a. leraar aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en adviseur
bij de restauratie en nieuwbouw van orgels, samenwerkend met de orgelcommissie
der N.H. Kerk en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.


Over de bouw van het huisorgel

In 1973 werd door de gebroeders Reil een reis ondernomen naar Oost-Duitsland,
samen met Klaas Bolt. De belangrijkste opdracht voor deze studiereis was om "materiaal"
en ideeën te verzamelen voor het ontwerp van een huisorgel.
De klaviatuur van Bachs orgel in Arnstadt werd opgemeten (bakstukken, maten van toetsen
en klavieren) en men besloot deze klaviatuuropzet als model te nemen voor die van het huisorgel.
Dit onderzoek werd meteen te baat genomen om verder te zoeken naar goede en aangename
verhoudingen in de hele aanleg en opzet van klaviatuur en speelbank (ergonomie van de "speelplek").
Een eerste huisorgel werd gemaakt voor het "College of Church Music" in Tokyo, in 1973.
Sedert dat jaar spitste het onderzoek zich nog toe op een aantal zaken. Men ging op zoek naar
speciale (als fraai bekend staande) registers,waarbij ook een paar oude kabinetorgels bestudeerd
werden met als doel om de aldus opgedane ideeën te kunnen verwerken in het eigen ontwerp.
Dit ontwerp werd nadien nog verder ontwikkeld en kreeg zijn uiteindelijke vorm in het instrument
dat in 1977 voor Klaas Bolt werd gemaakt. Zijn orgel kreeg ook de volledige dispositie (naar zijn eigen
ontwerp overigens) en een externe windvoorziening. Vanaf 1973 zijn er veel huisorgels gemaakt.

Bij de huisorgels is de klank veel directer, niet alleen vanwege de akoestische verhoudingen
van de ruimte of de plaats van de speler, maar ook omdat alles op een zo klein oppervlak moet worden
samengebouwd. Daarom is uiterste precisie en verfijning noodzakelijk. Hiervan ging vervolgens weer
een stimulans uit bij de bouw van grote instrumenten, met name op het gebied van de intonatie.

Omgekeerd gebeurde dat ook. De vele verhelderende inzichten die de bouw van nieuwe grote
instrumenten opleverde (en zeker moeten hier ook de orgels van Linschoten en Ermelo worden genoemd),
droegen er op hun beurt weer toe bij, dat het niveau van de huisorgels verder verfijnd kon worden.

Het huisorgel is opgezet als een volwaardig en muzikaal instrument, niet als een "home-trainer",
maar als een specifiek muziekinstrument voor de huiskamer; zonder dat het de massaliteit in klank
van het kerkorgel nastreeft, bezit het toch de kleurrijkdom waarin het pijporgel zo fraai kan zijn!
Bij een volledige dispositie heeft het twee klavieren en een vrij pedaal met 12 registers, waarvan
één transmissie en twee "halve" stemmen.

In 2004 is door de Orgelmakerij van der Putten BV een restauratie uitgevoerd om het orgel weer
in optimale vorm te kunnen gebruiken. Hierbij zijn wijzigingen aangebracht die bij Reil in een later
stadium aangebracht werden. Doordat in eerste aanleg de Gedekt 8' en de Cornet II op een gezamenlijk
conduct aangesloten waren, hoog in het orgel geplaatst en met een apart sleepje voor de Cornet,
bij stemwerkzaamheden de ervaring ontstond dat dit tot moeilijk stembaarheid leidde, is een
conductenblok gemaakt waar beide registers vanuit de windlade hun eigen toevoer kregen.
Ook was al langer de problematiek bekend met betrekking tot de getransmitteerde Fluit 4' op beide
manualen. Er moest in de discant vaak een keuze gemaakt worden of het eerste manuaal (hoofdwerk)
of het tweede (in feite Cornet décomposé) in stemming bevoordeeld moest worden.
Toen is besloten om twee aparte discanten te maken. Op het hoofdwerk een Octaaf 4' en op
het tweede klavier een Spitsfluit 4'. Daar was voldoende ruimte voor omdat er een heel wijde open
vier voets fluit op stond, de bas van beide registers bleef getransmitteerd.
Ook de Sordun 16' was nog niet van de kwaliteit die in de latere huisorgels gemaakt werd.
Op verzoek van de Hochschule is deze dan ook vervangen door een Schalmei 4'. Deze is gemaakt,
met als voorbeeld het gelijknamige register in de kerk van Bremen Walle dat wij in 2002 maakten.


Tekst naar het jubileum boek van de Firma Reil uit 1984
Restauratie 2004-2009 door Orgelmakerij van der Putten